Extra informatie

ts-awesome-info Extra Informatie :

 

Hieronder vindt u extra informatie over onze trainingen en de gedachte erachter. U kunt uw kind voor een gratis intake aanmelden. Dan gaan wij samen met u kijken op welke manier wij uw kind kunnen gaan helpen. Soms is de hulpvraag complexer en komen we pratend op een bepaalde training of aanpak waar we dan mee kunnen gaan starten. Mocht dan blijken dat we het verkeerde pad bewandelen, dan kunnen we de training bijsturen.

De voor- en nadelen van hoogsensitiviteit:

Positief

ts-awesome-smile-o Hoogsensitieve kinderen zoeken graag verbinding, hebben vaak een totaal overzicht, zijn empathisch, zich meer bewust van het onbewuste, zoeken en creëren harmonie, zijn tolerant, houden van rechtvaardigheid en eerlijkheid, zijn zachtaardig, hulpvaardig, vriendelijk en gevoelig en kunnen makkelijk ‘out of the box’ denken.

Ze hebben door het totaaloverzicht vaak eerder door dan anderen wat er gaat gebeuren, hebben een sterke verbeeldingskracht, zijn visueel ingericht, natuurgericht en houden meestal van dieren. Ook voelen ze zich vaak erg betrokken bij wat er in de wereld gebeurt, kunnen ze zich heel goed voorstellen hoe anderen zich voelen, pikken ze veel op van anderen en kunnen ze veel hebben.

Eigenlijk hebben ze één ding altijd wel gemeen met elkaar: als je het woordje ‘te’ voor een kwaliteit zet, zien we de lastige kant van hoogsensitief zijn.

De keerzijde

 ts-awesome-meh-o De negatieve uitingen van hun karaktereigenschappen worden daarentegen vaak wel gezien op school, in het werk of thuis. Wanneer ze met klachten bij artsen en psychologen terechtkomen worden ze vaak geconfronteerd met diagnoses als ADD, ADHD, autisme, zintuigelijke hypersensitiviteit, dyslexie en mogelijk andere psychiatrische stoornissen.

Hoogsensiteve kinderen reageren vanuit hun gevoel op de gebeurtenissen. Ze zijn gevoelig voor geuren, kleuren, beelden, sfeer en sensaties in hun lichaam nemen ze versterkt waar. Hun zintuigen staan altijd op ‘scherp’.
Kevin bijvoorbeeld, vindt vaak dat zijn kleren te strak zitten en kan zich daardoor moeilijk concentreren. Josefien schrikt van harde geluiden en doet er alles aan om niet steeds te schrikken. Het gevoel in haar lichaam maakt haar in de war.
Dirk heeft steevast woedeaanvallen als hij uit school komt. En dat terwijl hij juist een erg hulpvaardig kind is en altijd op anderen let.
Koosje gaat in de klas zo op in wat ze meemaakt, in alles wat ze ziet, hoort en ruikt, dat ze het erg moeilijk vindt om haar werkjes te doen.
Daarentegen begint Tim juist wanneer het stil wordt in de klas te bewegen en te praten.
En net als Martijn kan hij erg nadenken over onrecht dat hij meemaakt. Als een vriend wordt gepest op het schoolplein bijvoorbeeld.

Onmacht en Paniek

Iedereen wordt op momenten wel eens boos of kan zich even moeilijk beheersen. Voor sommigen is het wat lastiger om rustig te worden dan voor anderen. De mate van boosheid hangt ook af van de situatie en de onmacht die het vaak met zich meebrengt. Onmacht en paniek kunnen vaak de oorzaak zijn dat je boos wordt.

Boosheid

Boosheid is een natuurlijk proces waarin het lichaam zich klaarmaakt om te gaan vechten. In veel situaties is het nu eenmaal niet zo dat we direct de “degens kunnen kruizen” en het gevecht aan kunnen gaan, wanneer een ander iets doet wat jou niet aanstaat. Je zult je in vele gevallen moeten proberen te beheersen en rustig moeten worden.

Boosheid de Baas

Is uw kind vaak boos en kan het in bepaalde situaties zich moeilijk beheersen? Of maakt uw kind soms in blinde woede alles kapot wat in de omgeving te vinden is? Kinderen voelen dat boosheid hen overkomt en reageren direct dat ze iets niet leuk vinden en zijn van het ene op het andere moment boos.

FF Coachen kan helpen met de training Boos de Baas.

 

Beeld en Brein®Leerstrategiën

Tekstbegrip met de Kleurmethode

Veel kinderen hebben moeite met begrijpend lezen (tekstverklaring). Het herkennen van kernwoorden in een tekst en het leggen van verbanden, is noodzakelijk bij het lezen en leren. Met behulp van “De Kleurmethode” haal je de hoofd- en bijzaken uit een tekst. Zo ontstaat inzicht in structuur van (leer)teksten. Dit geeft het kind houvast en handvatten om met een tekst aan de slag te gaan. Het zelfvertrouwen zal toenemen doordat het kind leert vanuit het overzicht!

De Beeld en Brein® Conceptmap

Door het maken van een Conceptmap wordt er vanuit het overzicht geleerd met taal en beeld. Daardoor is leren effectiever en leuker! Het leren gaat op deze manier vele malen sneller en het kind ontwikkelt meer zelfvertrouwen.

Het organiseren van werkstukken en verslagen

Met behulp van een Beeld en Brein® Conceptmap kunnen ook werkstukken, spreekbeurten en (boek)verslagen worden opgezet en uitgewerkt. Doordat er overzicht ontstaat, kan er gericht worden gezocht naar informatie en ontstaat als vanzelf de structuur.

Het leren omgaan met je angsten en onzekerheden

Faalangst en onzekerheid kunnen het kind belemmeren bij het leren. Met behulp van oefeningen en zelfbeeld oefeningen, leert het kind om te gaan met onzekerheid. Zowel het innerlijke `sterker staan` als het leren omgaan met probleemsituaties zullen verbeterd worden, waardoor er ruimte komt om te leren.

Wetenschappelijk onderzoek

Uit drie wetenschappelijke onderzoeken die in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam over een periode van twee jaar zijn uitgevoerd, komt naar voren dat de Beeld en Brein® Leerstrategie effectief is. De gevonden verbetering was statistisch significant. Meer hierover kunt u lezen in het wetenschappelijk onderzoek van Anneke Bezem in samenwerking met Jaap Murre.

Voor verdere wetenschappelijke onderzoeken en de ontwikkeling hiervan: beeldenbrein.nl.

Door middel van de effectief bewezen Beeld en Brein® Leerstrategie leert het kind gebruik te maken van zijn eigen talenten bij het leren en werken op school. Onderzoek wijst uit dat alle kinderen baat hebben bij deze manier van leren.

Geschiktheid

Deze training is met name uitermate geschikt voor kinderen met:

  • dyslexie
  • AD(H)D
  • ASS
  • beeldddenkers
  • hoogbegaafdheid

Het effect is enorm!
Het kind ervaart (eindelijk) succes en het zelfvertrouwen groeit. Het kind staat sterker in de wereld.

Leren wordt weer LEUK

Ieder mens wordt als 100% beelddenker geboren. Beelddenken is een oorspronkelijk proces dat ieder mens in meer of mindere mate in zich heeft. Beelddenken is een snelle, creatieve en associatieve manier van denken.

Kernwoorden zijn: gehelen, overzicht, overeenkomsten en inzicht. In de kinderjaren ontwikkelt zich het taaldenken. Taaldenken is een aangeleerd proces. Kernwoorden zijn: details, analyse, verschillen, automatiseren.

Talige maatschappij

Tot en met de kleutertijd zijn kinderen dus zeker beelddenkers. Langzaam ontwikkelt zich het taal- en begripsdenken. Dit wordt versterkt door ons schoolsysteem, dat het talige stimuleert en het beeldende op de achtergrond plaatst. Het beelddenken wordt bij de meeste kinderen percentsgewijs steeds kleiner, terwijl het taaldenken naar voren komt. Na het tiende jaar stopt dit proces. Het kind heeft zijn manier van denken gevormd en zal dit zijn leven zo blijven doen.
Mensen die voornamelijk gebruik maken van het visuele leersysteem, noemen we beelddenkers. Mensen die voornamelijk gebruik maken van het verbale leersysteem, noemen we taaldenkers.

Kenmerken

De voorkeursmanier van denken van mensen bepaalt hoe ze communiceren:
Een taaldenker kijkt naar details, naar verschillen en denkt analytisch (in stapjes).
Een beelddenker kijkt naar gehelen, naar overeenkomsten en denkt associatief.
Wees je dus bewust hoe je denkt

 

  • De beelddenker blijft meestal wat achter in ontwikkeling, komt jong over.
  • Het vertellen gebeurt vaak met veel gebaren. Fantasie en werkelijkheid is moeilijk te onderscheiden, woorden worden verhaspeld, het is geen samenhangend geheel en er kunnen woordvindings problemen zijn.
  • De informatieverwerking verloopt traag.
  • De beelddenker heeft moeite met luisteren en zich aan afspraken en regels houden.
  • Het oriënteren in de ruimte is vaak blijvend lastig; motorische vaardigheden als fietsen, zwemmen, balspelen, schrijven zijn moeilijk te leren.
  • De leerling maakt vaak lange tijd een overmaat aan fouten bij volgorde van letters, zinnen en cijfers.
  • Automatiseringsprocessen, zoals lezen, tellen, sommen tot 10, tafels, topografie verlopen in het algemeen moeizaam. Het herhalen van leerstof, extra uitleggen, etc. helpen weinig.
  • Beelddenkers zijn soms behoorlijk koppig. Ze hebben meestal, uit lijfsbehoud, een goed doorzettingsvermogen.
  • Ze krijgen vaak op hun kop vanwege rommeligheid en vergeetachtigheid wat betreft het opruimen van spullen.
  • Ze zijn over het algemeen emotioneel erg kwetsbaar en kunnen zich wat moeilijker concentreren.
  • Standjes en grapjes worden meestal te persoonlijk of te letterlijk opgevat.
  • Ze staan vaak wat alleen tussen broertjes / zusjes en andere kinderen.
  • Het lees-taalproces kenmerkt zich door onvoldoende leesvorderingen en moeite met hardop technisch lezen; het stillezen en het leesbegrip is veel beter.
  • ‘Kleine’ woordjes worden verwaarloosd, er worden synoniemen gelezen, er is tegenzin in het lezen van ‘grote’ boeken.
  • Het beginnend lezen verloopt vaak nog wel redelijk vanwege het visuele karakter ervan.
  • Er kan een aanmerkelijk verschil bestaan tussen de taal-leesprestaties en de overige vakken.

(Gebaseerd op ‘woordblindheid en beelddenken’ van drs.P.C.Ojemann).

Eenmaal op de basisschool wordt er door de leerkracht veel nadruk gegeven aan volgorde en details en dat zijn nu net de zaken waar beelddenkers wat moeite mee hebben. Voor kinderen vanaf groep vier tot jong volwassenen die juist dit moeilijk vinden hebben wij de training Beeld en Brein® Schoolbasis. De training behandelt:

Leesproblemen

Het onthouden van de letters en bijbehorende klanken geeft dan vaak problemen.

Rekenproblemen

Het automatiseren van bijvoorbeeld de tafels of sommen onder de 20 gaat vaak moeizaam en bij het spellen maken ze vaak veel oriëntatiefouten: de letter s wordt een z, of de f wordt een v.

Taalproblemen

Ook taalregels worden slordig gehanteerd. Beelddenkers gaan voor de inhoud en niet voor de juiste vorm. Ze komen daardoor wat slordig over, maar weten heel goed waar een tekst globaal over gaat. Details onderscheiden is vaak hun moeilijkste kant.

Sociaal zeer bewogen

Beelddenkers kijken meer naar overeenkomsten (wat weet ik al, wat had ik ook al weer net zo gedaan?) in plaats van naar verschillen. Ze hebben een grote vrijheidszin en een brede belangstelling, hebben een goed geheugen voor gebeurtenissen en belevenissen en zijn sociaal zeer bewogen.

Gaat beelddenken over?

NEE!

Beelddenken is een talent

Uit studies is bovendien gebleken dat beelddenken aangeboren en erfelijk is. Vaak herkent een van de ouders aspecten van het beelddenken ook bij zichzelf en/of zijn vader en/of moeder. Dat is aan de ene kant prettig, want zo’n ouder kan het beelddenkende kind goed begrijpen en helpen, maar aan de andere kant geeft het aan dat beelddenken in de familie blijft en niet ‘overgaat’. Beelddenken is dus een verworvenheid en geen stoornis of mankement. Er wordt wel eens gezegd dat beelddenken een lastige gave is waar de omgeving vaak geen begrip voor heeft. Er wordt geleefd vanuit het gevoel en de beleving. Het kijken gaat voor het luisteren. Het probleem zit ‘m in de zeer gestructureerde talig ingestelde maatschappij waarin wij opgroeien. Het is voor beelddenkende mensen dan ook moeilijk om zich daaraan aan te passen.

Tijd zegt hen niet veel

Gedurende hun hele schooltijd, ook op de basisschool, hebben beelddenkers het idee dat ze zeeën van tijd hebben, meer zelfs dan ze in werkelijkheid hebben. Tijd zegt hen niet veel! Ze vergeten afspraken, hebben geen interesse in klokkijken en komen tijd tekort. Door hun haast zijn beelddenkers vaak slordig.

Gedachtesprongen

Ze reageren te snel bij het eerste het beste woord en luisteren niet meer verder. Ze denken het wel te weten! Omdat ze de oplossingen voor vraagstukken/problemen al in hun hoofd ‘zien’, zijn ze geneigd te denken dat ze hun huiswerk wel weten, terwijl de leerstof nog niet verankerd is. Omdat beelddenkers in hun gedachten allerlei sprongen maken, komen ze soms wat chaotisch over en zijn ze gebaat met korte, duidelijke opdrachten/ afspraken.

Goede en consequente begeleiding

Hulpmiddelen als briefjes, agenda’s en planborden willen ook nog wel eens helpen. Beelddenkers ondervinden ook in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs problemen met het leren van de nieuwe talen. Het meeste leed is echter geleden vanaf de derde, vierde klas. Het onderwijs is dan meer gericht op het verwerven van inzicht (waar beelddenkers sterk in zijn!) en er hoeft minder uit het hoofd te worden geleerd. Veel beelddenkers slagen dan ook glansrijk voor hun Havo of VWO diploma, mits er een goede en consequente begeleiding is geweest van school zowel als van ouders.

 

Het begrip beelddenken is geïntroduceerd door de logopedist Maria Krabbe in 1951. Zij werkte met kinderen met leerproblemen, zoals dyslexie, stotteren en schrijfproblemen. Deze kinderen bleken volgens haar te denken in beelden en zij noemde hen beelddenkers.
Haar theorie is dat het lezen van woorden bij deze mensen eerst in beelden omgezet zal worden, en ook het uitleggen van de eigen denkbeelden in taal zal veelal een beknopte uitleg zijn.

Beelddenken 1987

Nel Ojemann, Montessori-leerkracht, remedial teacher en docente aan de Universiteit van Groningen, heeft beelddenken in 1987 nader beschreven als “een vorm van denken die iedereen zolang men jong is gebruikt”.

Denken in beelden en handelingen

Volgens Ojemann gaat het om denken in beelden en handelingen, een beweeglijk omgaan met de werkelijkheid, dat de meeste mensen rond hun vijfde, zesde jaar loslaten ten gunste van het begripsdenken of woorddenken. Zij ontwikkelde een onderzoeksmethode waarmee je de beelddenkende leerling kan signaleren: het wereldspel.

Anders dan dyslexie

Soms komt bij kinderen het leesproces heel moeilijk op gang. Dan worden ze doorverwezen voor onderzoek. In veel gevallen krijgen ze dan ook het stempel Dyslexie en moeten daar vervolgens mee leren leven, want dyslexie is niet te genezen.
Uit wetenschappelijk onderzoek (van dhr. Birnbaum) komt naar voren dat 80% van de kinderen, die op dit moment als dyslectisch zijn gediagnosticeerd, eigenlijk als basisprobleem een visuele disfunctie heeft.

Wat is visuele disfunctie?

Visuele disfunctie is een (op het eerste gezicht) onzichtbare belemmering bij lees-, spelling- en concentratieproblemen.

 

“Kijk eens goed!”

Maar hoe doe je dat? Kijken doe je met je ogen en zien doe je met je hersenen. Kijken is het vermogen om via de ogen licht te ontvangen en dit door te seinen naar de hersenen. Deze visuele informatie moet door de hersenen worden geïnterpreteerd en begrepen. Wat je ogen zien, verwerken je hersenen. Zien doe je dus met je hersenen. Gaat er in dit proces iets fout dan noemen we dat een visuele disfunctie.

Het leerproces belemmerd

Een visuele disfunctie kan het leerproces behoorlijk belemmeren. We zien dan vooral lees-, spelling- en concentratieproblemen. Veel kinderen met een volledige gezichtsscherpte kunnen toch een visuele disfunctie hebben.

Visuele screening en onderzoek *1

Wij kunnen een screening uitvoeren met een bioptor, om een eventuele risico op visuele disfunctie uit te sluiten. Vervolgens kunnen wij, mocht dat op basis van deze screening nodig zijn, een visueel onderzoek doen om te kijken of er daadwerkelijk een visuele disfunctie is.  Daarna kunnen we een training traject starten van 10 tot 12 weken om de disfunctie op te lossen en/of te verminderen, zodat de problemen die zijn ontstaan ook opgelost kunnen worden.

*1 FFCoachen is lid van het FON (Functionele Oogzorg Nederland) en is gecertificeerd om visueel te screenen, te onderzoek en te trainen.

Rekenbasis

JAMARA gaat ALTIJD terug naar de basis, het fundament moet goed zijn om later met grote getallen te gaan rekenen. Wanneer het fundament tot en met 10 goed is, gaat er pas verder gerekend worden. Per sessie wordt er dan ook gekeken of uw kind toe is aan een volgend niveau. Er wordt een enkele strategie aangeleerd, die toepasbaar is op alle getallen van 1 tot oneindig. Daarnaast leert Jamara het kind rekenen in units plaats van tellen, waardoor het werkgeheugen niet belast wordt en het kind door kan krijgen hoe een en ander met betrekking tot optellen, aftrekken en inwisselen in elkaar grijpt.

Rekenmethode

Jamara leert als enige rekenmethodiek het kind de juiste denkstrategie aan om tot automatiseren te kunnen komen. Het gaat er niet alleen om WAT er gedacht wordt, maar bij automatiseringstaken vooral HOE er gedacht wordt. Rekenzwakke kinderen doen dit vrijwel altijd op een verkeerde manier. Jamara revalideert het denkproces.

Tijdens het oefenen worden er zogenaamde ankers aangebracht, waarop het kind kan terugvallen. Dit zijn de steunpunten binnen de rekenhandelingen waarmee het kind niet meer verdwaalt of de kluts kwijt raakt.

De eerste niveaus moeten goed beheerst worden door uw kind. Dit zal dan ook iets langer duren dan de volgende (hogere) niveaus.

Bij Jamara is het de bedoeling dat uw kind 1 keer in de 3 weken terugkomt bij ons om te laten zien wat hij/zij kan, en om eventueel verder te gaan naar een volgend niveau. Thuis wordt er ook iets van u verwacht. Per dag moet er 1 tot 2 maal geoefend worden. Dit duurt tussen de 5 en de 10 minuten per keer. Daarnaast moet er het Jamara-computerprogramma (Windows) aangeschaft worden. (kosten 43 euro). Dit computerprogramma moet gebruikt worden naast de concrete materiaaloefeningen.

Mocht de score van deze screening onvoldoende zijn, dan kunnen wij verder onderzoek doen op een visuele disfunctie en kijken of een training van de ogen zinvol is. Bij FF Coachen kunnen we dan een visuele training voor uw kind verzorgen, zodat de klachten kunnen verdwijnen.

Wij werken voor kinderen (jong volwassenen) met een visuele disfunctie met de training Into Bounce® Dit is een actieve training met de Bellicon trampoline, waar FF Coachen voor is gecertificeerd.

Functionele Oogzorg Nederland (FON)

FF Coachen staat ingeschreven bij het FON, en is opgeleid door Anneke Bezem van Bureau Bezem. We zijn gecertificeerd visueel screeners. Wij mogen onderzoek doen bij mogelijke visuele disfuncties en visuele training verzorgen wanneer er sprake is van fixatie disparatie.

Anders dan dyslexie

Soms komt bij kinderen het leesproces heel moeilijk op gang. Dan worden ze doorverwezen voor onderzoek. In veel gevallen krijgen ze dan ook het stempel Dyslexie en moeten daar vervolgens mee leren leven, want dyslexie is niet te genezen.
Uit wetenschappelijk onderzoek (van dhr. Birnbaum) komt naar voren dat 80% van de kinderen, die op dit moment als dyslectisch zijn gediagnosticeerd, eigenlijk als basisprobleem een visuele disfunctie heeft. Dit is een (op het eerste gezicht) onzichtbare oogafwijking die het leesproces afremt, omdat het kind letters simpelweg niet kan onderscheiden.

Visuele screening en onderzoek

Twijfelt u of de problemen veroorzaakt worden door een visuele disfunctie, dan kunnen wij een visuele screening afnemen. Dit gebeurt d.m.v. een bioptor. Vervolgens kunnen wij, mocht dat op basis van deze screening nodig zijn, een uitgebreid visueel onderzoek doen. Wanneer blijkt dat er sprake is van een visuele disfunctie, zoals bv. fixatie disparatie, kunnen we een visuele training starten van 10 tot 12 weken om de disfunctie op te lossen en/of te verminderen.

Tijdens de training werken we met de Bellicon minitrampoline, omdat deze een positieve invloed heeft op de samenwerking tussen de zintuigen, het evenwichtsorgaan en het bewustzijn van het eigen lichaam. Een optimale samenwerking zorgt er namelijk voor dat de hersenen een stabiel beeld kunnen vormen van wat de ogen zien.

Het bewegingsprogramma Into Bounce® – Leren in Beweging kan o.a. helpen bij:
  • oog-volg-problemen / leesproblemen / dyslexie
  • leerproblemen
  • nog (deels) actieve primitieve reflexen
  • faalangst
  • gedragsproblemen

Bewegingsprogramma

Kinderen vinden het geweldig om op de trampoline te oefenen. Ondertussen gaan ze bijvoorbeeld beter lezen. Het bewegingsprogramma is heel effectief; bij de individuele begeleiding worden in korte tijd heel goede resultaten geboekt.

Beweging is voor mens en kind veel belangrijker dan veel mensen denken. Vaak wordt beweging gekoppeld aan fysieke resultaten (betere conditie, afvallen, spierontwikkeling etc), maar bewegen is vooral op jonge leeftijd ook erg belangrijk voor het aanmaken van hersenverbindingen. Kinderen van 0 tot 8 jaar zijn eigenlijk van nature niet gemaakt om stil te zitten! Zij leren door beweging en beweging heeft een positieve invloed op de ontwikkelig van het brein.Door veel te bewegen ontwikkelen zich allerlei systemen in het lichaam en brein, waardoor een kind uiteindelijk in staat is om het eigen lichaam goed te beheersen en controleren. (Dit heeft o.a. ook te maken met het controleren van de primitieve reflexen.) Dit alles is nodig om op latere leeftijd goed te kunnen lezen en leren en goed mee te kunnen komen op school. Komt dit niet goed tot ontwikkeling, dan kan een kind problemen ervaren op verschillende gebieden zoals m.b.t. het gehoorsysteem, het evenwichtssysteem, het visuele systeem etc.

Leerproblemen en/of frustratie, hyperactiviteit en hypergevoeligheid kunnen verdere symptomen zijn. Totdat een kind controle heeft over de beweging en het vermogen heeft om stil te zitten of stil te staan, heeft het kind niet het basisgereedschap wat nodig is voor het leren in de klas!

Leer- en/of gedragsproblemen

Into Bounce® – Leren in Beweging kan bij FF Coachen als onderdeel gebruikt worden bij de begeleiding van kinderen met leer- en/of gedragsproblemen. Door dit programma o.a. uit te voeren op de Bellicon, wordt het leren niet alleen leuker, maar ook effectiever! Er is onderzoek gedaan naar de effectiviteit van dit bewegingsprogramma door Beeld en Brein. Het programma is opgebouwd uit elementen van het Just Bounce® concept, braingym oefeningen en ritme-bal-oefeningen. Het bewegingsprogramma heeft invloed op het vestibulaire systeem (zintuigencomplex dat informatie verzamelt over beweging en balans/evenwichtsorgaan), waardoor het doorwerkt op hersenstam niveau en zo ook op de primaire reflexen.

Er zijn 3 soorten faalangst te onderscheiden:

1)  Cognitieve faalangst:

De meest bekende vorm: Cognitie is ons kenvermogen ofwel leervermogen. Kinderen met cognitieve faalangst vinden het moeilijk te laten zien wat ze aan kennis hebben opgedaan. Door de faalangst blokkeert het kind op momenten dat het moet presteren. Het kind presteert onder het niveau bij een toets of bij een examen door de faalangst.

 

2)  Sociale faalangst:

Dit treedt op in contact met anderen. Een kind met sociale faalangst blokkeert van angst tijdens bijvoorbeeld het toespreken van een groep, bij het ontmoeten van onbekenden of in een gewoon gesprek. Vooral bij spreekbeurten kan de faalangst de kop opsteken.

 

3)  Motorische faalangst:

De angst om het lichaam te gebruiken. Wanneer de motoriek van het lichaam je in de steek laat, sta je letterlijk stijf van de adrenaline